Belgische Staat doet afstand van nazi-roofkunst uit collectie van de Koninklijke Bibliotheek

De Koninklijke Bibliotheek van België geeft een tekening uit de 17de eeuw terug aan nabestaanden van slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog.

Woensdag 18 november 2015

  • Originele tekening: Gezicht op het Kattenberghof in Antwerpen met ruiters op de voorgrond door Gillis Neyts (ca. 1618 - 1687).

  • De teruggave kadert binnen internationale afspraken die zijn gesloten op de zogeheten Conferentie van Washington uit 1998.

De Feldmann-collectie

Op 6 november 1978 kocht de Koninklijke Bibliotheek van België via het Amsterdamse filiaal van veilinghuis Sotheby’s een tekening van de hand van de Brusselse kunstenaar Gillis Neyts. Daar deze tekening na de oorlog meermaals door dit veilinghuis werd verhandeld, liet niets vermoeden dat de tekening op 15 maart 1939 onrechtmatig door de Sipo-SD (Sicherheitspolizei-Sicherheitsdienst) werd ontvreemd van Dr. Arthur Feldmann, een joodse kunstverzamelaar uit Brno in de huidige Tsjechische Republiek.

Staatssecretaris Elke Sleurs, bevoegd voor de kunstcollecties van de federale wetenschappelijke instellingen, heeft, na advies van de Koninklijke Bibliotheek van België, beslist om de tekening terug te geven aan de rechtmatige erfgenamen die worden vertegenwoordigd door dhr. Uri Peled Feldmann. Eerder werden ook andere tekeningen van oude meesters uit de geroofde Feldmann-collectie teruggevonden in The British Museum in Londen.

Samenwerking met de Joodse Gemeenschap

Conform het besluit van de Commissie voor Schadeloosstelling van de leden van de Joodse Gemeenschap  – i.e. de Commissie-Buysse, vandaag ondergebracht bij de Kanselarij van de Eerste Minister – onderzoeken de diensten van de POD Wetenschapsbeleid (BELSPO) elke vraag naar restitutie van de uit België verdwenen cultuurgoederen tijdens de Tweede Wereldoorlog maar eveneens de cultuurgoederen die na de oorlog onder het beheer van de Belgische culturele instellingen werden geplaatst. Dit onderzoek wordt net als de activiteiten van de toenmalige Commissie-Buysse in nauw overleg met vertegenwoordigers van de Joodse Gemeenschap gevoerd en in overeenstemming met de in 1998 door België onderschreven afspraken van de Conferentie van Washington.

De POD Wetenschapsbeleid, de Commissie-Buysse, de Kanselarij van de Eerste Minister en het Coördinatiecomité van Joodse Organisaties in België – het Centraal Israëlitisch Consistorie van België, het Joods Museum in Brussel  en het Museum van Deportatie en Verzet in Mechelen werkten nauw samen in deze materie.

“Deze samenwerking is zonder twijfel pionierswerk te noemen. Er werd grondig en objectief gewerkt. Ik heb dan ook niet getwijfeld. De tekening teruggeven aan de erfgenamen was de enige correcte en rechtvaardige beslissing die ik kon nemen. Ik ben tevreden dat de tekening, na al die jaren, zijn weg naar huis heeft terug gevonden.”

Elke Sleurs, Staatssecretaris bevoegd voor Wetenschapsbeleid

Een landschapstekening in een uiterst verfijnde techniek

Gillis Neyts werd in de late jaren 1610 of begin jaren 1620 vermoedelijk geboren in Overijse bij Brussel. Er is verondersteld dat hij bij de Antwerpse landschapsschilder Lucas van Uden (1595-1672) in de leer zou zijn gegaan, maar daarvoor is geen bewijs. Gedurende het eerste deel van zijn carrière was hij actief in Antwerpen, waar hij in 1643 in het huwelijk trad. In 1665 woonde hij in Namen. Vermoedelijk overleed hij in 1687 in Antwerpen. Als beginnend kunstenaar experimenteerde hij met de uitvoering van landschappen in een uiterst verfijnde pentechniek op papier. Wellicht heeft hij de uitvoering van deze precieuze kleinoden – gaandeweg in een meer pointillistische stijl – voortgezet toen hij zag hoeveel succes hij had bij de verkoop daarvan.

Hoewel een tachtigtal schilderijen van Neyts bewaard is gebleven, is hij voornamelijk bekend als tekenaar van topografisch min of meer betrouwbare gezichten. Dit Gezicht op het Kattenberghof in Antwerpen met ruiters op de voorgrond is op basis van de signatuur te dateren in de jaren 1660-1670. Gillis Neyts heeft het hof tot driemaal toe weergegeven in pentekeningen van klein formaat op vellum. Andere bladen worden bewaard in Parijs (Fondation Custodia, collectie Frits Lugt, inv. 1970) en Cambridge (The Fitzwilliam Museum, inv. PD.507-1963).