Welkomswoord bij de opening van de tentoonstelling

Donderdag 18 september 2014 — Welkomswoord van Patrick Lefèvre, Algemeen Directeur van de Koninklijke Bibliotheek, bij de opening op 10 september 2014 van de tentoonstelling SHOCK, gezamenlijk initiatief van het Algemeen Rijskarchief, het CEGESOMA en de Koninklijke Bibliotheek van België.

Beste heer commissaris-generaal,

Beste genodigde,

Beste collega’s,

Ik ben heel blij om vandaag samen met mijn collega’s Karel Velle en Rudy Vandoorslaer uit naam van het Rijksarchief in België, het CEGESOMA en de Koninklijke Bibliotheek de tentoonstelling 'SHOCK ! 1914… Wat als er morgen oorlog uitbreekt?' te mogen openen.

Zoals de vertegenwoordiger van onze Voorzitter het net gezegd heeft, is deze tentoonstelling het resultaat van een bijzondere samenwerking tussen het Rijksarchief in België, het CEGESOMA en de Koninklijke Bibliotheek, drie federale wetenschappelijke instellingen die heel nauw aan elkaar binnen de Pool Documentatie van Wetenschapsbeleid gebonden zijn.

Het is ook bij mijn weten de eerste keer dat het Rijksarchief, het CEGESOMA en de Koninklijke Bibliotheek samen een tentoonstelling organiseren, en de bedoeling is dat we zo’n gezamenlijke expo voortaan minstens één keer om de 2 jaren vooren nog verder zullen blijven doen.

Aan alle betrokkenen onze dank!

Dank aan al onze medewerkers, en in het bijzonder aan Joachim Spijns die de algemene coordinatie in handen had, collega’s die uit heel veel verschillende diensten van onze drie instellingen heel hard aan de voorbereiding en opbouw van de tentoonstelling hebben gewerkt.

Een bijzonder en heel hartelijk dank ook aan onze sponsors:

  • BELSPO,
  • het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
  • en het Fonds de la Serna van de Koning Boudewijnstichting.

Zonder hun steun was deze tentoonstelling niet mogelijk geweest.

Een dag na de capitulatie van de hoofdstad noteert Stijn Streuvels zijn angst en onzekerheid in zijn  dagboek:

21 augustus

“ Vandaag voor het eerst wordt de post opgeschorst. De Brusselse bladen verschijnen niet meer. Wij krijgen het gevoel dat we afgesloten zijn van de wereld en weerloos aan het gevaar en de willekeur van de vijand worden blootgesteld.”

Les journaux ne paraissent plus, ne sont plus rédigés, édités, diffusés!

Comme Stijn Streuvels, des centaines de milliers de concitoyens, brusquement plongés dans l’incertitude et l’angoisse,  sont tout à coup privés de toute source d’information indépendante et non contrôlée par l’ennemi et ainsi isolés sous sa férule du reste du monde.

De Belgische bevolking wordt in de augustusdagen van 1914, met het stelselmatig verdwijnen van de krantenredacties door de Duitse opmars, ‘van de wereld afgesloten’.

Dit toont het enorme belang van de geschreven pers als bron van informatie voor de bevolking aan het einde van de 19de en in het begin van de 20ste eeuwen.

Industriële en democratische evolutie maakten het toen mogelijk op massale, mondiale schaal informatie en opinies te verspreiden om een nieuw en opgeleid electoraal publiek te bereiken.

Zo werd de Eerste Wereldoorlog het eerste conflict dat op zulke grote schaal in de media werd gebracht. Een evolutie die doorheen de 20ste eeuw zou exploderen.

Het neutrale België was niet voorbereid op oorlog in de zomer van 1914. En de kranten evenmin. De aanslag in Sarajevo werd afgedaan als een Balkankwestie en belangrijkere zaken als de Tour de France haalden de koppen.

La violation de la neutralité, l’agression et les crimes de guerre qui l’accompagnent dans les Ardennes, à Dinant, à Louvain et dans tant d’autres endroits, la terreur qu’alimente très vite une déferlante énorme de réfugiés, sont alors vécus comme un SHOCK absolument extraordinaire et inattendu.

100 ans après la Première Guerre mondiale il nous a semblé primordial de rappeler et d’évoquer ce qu’a été ce SHOCK d’août 14, non seulement pour les populations qui lui ont été confrontées, mais aussi sur les media d’alors qui ont eu à le relater. Et qui n’étaient pas alors les médias qui sont les nôtres aujourd’hui.

En 1914, le télégraphe, des journaux et des affiches. Pas encore de radio. Ni de TV. Ni internet. Ni Facebook ou Twitter. Des journaux qui en 1914 sont beaucoup plus nombreux qu’aujourd’hui, pour la plupart localement écrits et rédigés, et qui se taisent ainsi progressivement, comme des lumières qui s’éteignent les unes après les autres, chaque fois que l’ennemi, de ville en ville, progresse.

Bien sûr, au SHOCK émotif d’août 14, bien d’autres ont succédé depuis, toujours suivis et relatés par la presse écrite, mais aussi par une foule d’autres medias de plus en plus prépondérants: la radio en 1940, la TV pour la chute du Mur de Berlin en 1989, déjà les médias électroniques pour l’attentat du 11 septembre 2001, internet et les réseaux sociaux pour les événements tout aussi dramatiques et CHOQUANT que nous vivons aujourd’hui.

Daarvoor 100 jaar na de Eerste Wereldoorlog blijft het bijzonder relevant om bij de SHOCK en de MEDIA van Augustus 14 nog stil te staan, met een EXPO met de volgende ondertitel: En wat als er morgen oorlog uitbreekt ?

Nationalisme, terrorisme en conflicten aan de grenzen van ons continent… Het zijn termen die vandaag jammer genoeg al te makkelijk inwisselbaar zijn met een eeuw geleden.

Een belangrijke doelstelling van deze tentoonstelling is dan ook educatief: de toekomstige generatie te blijven sensibiliseren voor het fragiele evenwicht van onze democratie en het bijzonder belang van de Pers,  haar vierde macht.

Want, zoals mijn collega Rudy Vandoorslaer van het CEGESOMA tijdens een van de voorbereidende vergaderingen terecht opmerkte: “Wat als historici deze taak niet meer op zich nemen ?”.

Ik dank U.

Published with Prezly